Voor een Pdf-printvriendelijke versie van deze recensie Klik hier
Sluit venster

Boek en druk


Recensietekst


Bron



Marie

Een blijde kerstdag , druk 1, 16 blz.
Eenige bladzijden uit de jeugd en jongelingsjaren van eenen kantoorklerk. Johan, vroeg wees geworden, komt bij Oom en Tante, bij wie hij niet veel liefde ondervindt. De oude luitjes begrijpen het kinderhart niet. Later komt hij op een kantoor, doch gevoelt zich steeds eenzaam. Op eenen Kerstdag gaat hij onbewust ter kerk (bladz. 11), hoort daar van den Zaligmaker spreken, "liefde, vrede, blijdschap"; bij den uitgang valt eene jonge weduwe in zwijm; op verzoek der kinderen biedt hij hulp. De geneesheer, die ontboden is, vindt Jan sympathiek en wordt zijn beschermer. De fraaie omslag, de prettige druk en het keurige plaatje maken dit boekje voor het kinderoog zeer aantrekkelijk. De schrijftrant is sterk afwisselend : nu eens heel eenvoudig, dan weer hoogdravend, soms zelfs sentimenteel. "Ach, zij wist niet, zij begreep niet, dat het kinderhartje zoo'n behoefte had aan liefde, teedere, geduldige liefde, en het knopje, dat heerlijk zou zijn ontloken onder den koesterenden zonneschijn der liefde, verkleumde door de aanraking van den killen Noordenwind." (bladz. 7). Zulk een zin past in de omlijsting van dit verhaaltje niet. Ietwat hoogdravend is het: "tempelwaarts spoedend" (bladz. 11) en: "daarna ruischte de heerlijke engelenzang door het tempelgewelf." Sentimenteel is het, dat de dokter zich eenen traan uit het oog wischt (bladz. 13), en bewogen Johan de hand drukt. (bladz. 14). Hier en daar echter treffen wij inderdaad gelukkig weergegeven "brokjes kinderleven" aan. Tegen de strekking van dit boekje moeten wij, helaas, ernstige bedenkingen inbrengen. De schrijfster bedoelt zeker te doen zien, dat men zelf liefde moet bewijzen, wil men liefde ontvangen, en dat het leven daardoor rijker en gelukkiger wordt. Op zichzelf is dit niet verkeerd. Maar hoogst bedenkelijk is het, als onder deze liefdesbetrachting de eigenlijke beteekenis van het Kerstfeest schuil gaat. Johan hoort: "Ziet, ik verkondig u groote blijdschap" en hij vraagt "Blijdschap, ook voor mij, maar hoe?" Het antwoord is dan feitelijk: betoon liefde aan uwen medemensch en gij ontvangt liefde terug en dat geeft blijdschap. Door dit spreken van "liefde, vrede, blijdschap" wordt dit Kerstverhaal doodgemaakt, juist als het moest beginnen te leven. Van eenen zondaar, die blijdschap in zijnen Zaligmaker vindt, verneemt gij niets, al heet het boekje ook "een blijde Kerstdag." Dit is niet : den weg des heils den kinderen voorhouden, 't is dien te verduisteren. Op eene andere plaats wordt beweerd, dat Johans overledene moeder in den hemel niet alleen alles weet, wat hij doet, bijv. als hij brutaal is tegen Tante, maar ook, dat zijne moeder voor hemt bidt. Waar wordt dit in de H. Schrift geleerd? Wijl dit boekje noch door inhoud, noch door schrijftrant uitmunt, wijl het leeringen bevat, die de onze niet kunnen zijn, en vooral wijl het het Kerstevangelie niet predikt, maar verdonkert, moeten wij het ter zijde leggen. Wij kunnen het in geen enkel opzicht aanbevelen.

Boekbeoordeling van Kinderlectuur voor de Zondagsschool door de Commissiƫn van "Jachin", 1902

Open Jachin-boekbeoordelingen.