|
|
|
Phé Wijnbeek Jopie jok, druk 1, 32 blz. | G.K.O. 7 t.d.t. Jopie jokt dikwijls. Steeds belooft ze, het niet weer te zullen doen en telkens weer doet ze het in haar onbezonnenheid. Twee poesjes loopen weg, als het schuurtje niet op slot is gedaan. Jopie zegt dat het reeds eerder is gebeurd. 't Zijn haar poesjes en ze ziet in, dat door háár jokken ongelukken gebeuren. Ze vraagt Jezus om vergeving en hulp. We zijn van oordeel, dat dit boekje met een goede bedoeling geschreven werd. Maar tevens, dat afgezien van de strekking, om tegen jokken te waarschuwen, dit verhaal zeer onbeduidend is. De paar zinnetjes waarin aan den lieven Heer beterschap wordt beloofd vormen het heele "Christendom" van deze vertelling. "Lieve Heere Jezus, wees u alstublieft, alstublieft niet meer boos om het jokken, ik zal het nooit meer doen . . . . en breng u de poesjes weer thuis, lieve Heer "Jorinde en Joringel zijn zoo lief, en het is mijn schuld, lieve Heer . . . ." (blz. 30). We kunnen dit boekje beslist niet gebruiken. | ![]() Boekbeoordeling van Kinderlectuur voor de Zondagsschool door de Commissiën van "Jachin", 1937 |