Voor een Pdf-printvriendelijke versie van deze recensie Klik hier
Sluit venster

Boek en druk


Recensietekst


Bron





Mathilde's kerstfeest , druk 3, 78 blz.
Een arm kind, een wees, Mathilde, zwervend op de straat, komt aan den avond van den eersten Kerstdag in aanraking met den heer Gevers, een godvreezend en weldadig man. Van hem leert zij 't gebed:"Heer leer mij mijzelf kennen en leer mij Uwe genade kennen." Dezelfde heer Gevers verbetert haar uitwendigen levenstoestand, hoewel hij haar voorloopig bij vrouw Walter laat. Doch na een paar maanden plaatst hij haar in een inrichting voor heele en halve weezen. Daar heeft Mathilde 't goed, maar wordt benijd door Ella van Spal. Een samenloop van droeve voorvallen brengt Mathilde bij de voortreffelijke juffrouw Martha in verdenking, dat zij eene schilderij, voor deze juffrouw van groote waarde, zou hebben geworpen van den wand en de lijst van beschilderd glas vergruizeld. Doch niet Mathilde was de schuldige, maar Ella. Eerst later komt dit aan 't licht, toen Mathilde ernstig ziek was geworden en, door haar droefheid tot den Heer gebracht, den besten troost ontving van Hem. Mathilde's sterfbed en Ella's schuldbelijdenis worden roerend verhaald. Aan den eersten Kerstmorgen, juist een jaar na hare eerste ontmoeting met den heer Gevers, stierf Mathilde. "En zij vierde haar Kerstfeest daarboven bij God." Was "Witter dan sneew" aandoenlijk, in dit breeder opgezette verhaal van Ida Keller komen aangrijpende passages voor. De episode van Elia's bekentenis en Mathilde's heengaan leest ge niet met droge oogen. Ik kan begrijpen, dat van dit verhaal een derde druk gevraagd werd. Doch zal k eerlijk wezen, dan verklaar ik, dat het verhaal in zijn geheel mij niet in dezelfde mate kan behagen als zijn d├ętails. De eenvoudige, natuurlijke opvolging der feiten, het voortvloeien van 't een uit 't ander, ontbreekt. Vooral Mathilde's krankheid komt eensklaps ongemotiveerd. Is Ida Keller dus nog geen meesteres in het construeeren van een verhaal, in het groepeeren van de gebeurtenissen, die gebeurtenissen afzonderlijk weet zij vaak uitnemend te schilderen. Een bepaalde fout is, dat het hoekje niet eindigt met de woorden, waarmede 'k den "korten inhoud" besloot. Dan volgt nog een hoofdstuk IX, waarvan vooral de tweede helft den diepen indruk van hoofdstuk VIII noodeloos verzwakt. Prijs f 0.40. Boekbeoordeling in bijblad van "De Christelijke Familiekring : tijdschrift voor zondagsschool en huisgezin", 1906