Voor een Pdf-printvriendelijke versie van deze recensie Klik hier
Sluit venster

Boek en druk


Recensietekst


Bron



Käthe Dorn

Zielestrijd , druk 1, 127 blz.
Meta Teuthorn, de muzikaal begaafde dochter van een professor in de theologie, schittert op een muziekavond door de verrukkelijke uitvoering van de groote aria van Mendelssohns Elias. Aller lof was voor haar. Niemand had echter gemerkt, dat zij haar eigen smachtend verlangen naar zielevrede in de woorden had gelegd. De passage: »Ach, dat ik wist, hoe ik Hem vinden kon!« blijft naklinken in haar ziel. In haar herinnering komt op, wat voor korten tijd haar oom gesproken heeft over de noodzakelijkheid der wedergeboorte. Zij stort het hart uit voor haar vader. Maar deze, wiens theologische wetenschap slechts een zaak is van het redeneerend verstand, geeft haar steenen voor brood. Hij leert haar (blz. 14), dat de Doop op zichzelf zaligend en reddend is en men dan maar zoo goed mogelijk moet leven. Haar moeder raadt haar aan, zich als verpleegster aan den dienst des Heeren te wijden, hetgeen geschiedt. De »zusters« vallen echter niet mee. Het sterven van een onbekeerde vrouw grijpt haar heftig aan; zij wordt mede door overspanning ernstig ziek. Tijdens haar ziekte sterft haar moeder, die op haar sterfbed een groote zondares is geworden. Als Meta dit later verneemt, is het haar een raadsel. Toch gevoelt zij, dat misschien ook voor haar langs dien weg vrede des harten is te vinden. En zij zal in die verwachting niet beschaamd worden. Te zwak voor den dienst als pleegzuster, wordt zij gezelschapsjuffrouw bij een bejaarde dame, die lichamelijk blind is, maar een geestelijk geoefend oog bezit. Deze peilt Meta's zielenood en wijst haar het eenige medicijn. En zoo eindigt Meta's zielestrijd in de geloovige aanneming van den Heere Jezus Christus als haar Heiland en Verlosser. Jammer, dat hiermede het boekje eindigt. Gaarne vernamen wij nog, wat Meta gedaan heeft en geweest is voor haar eigen familie, die toch, gelijk breedvoerig wordt medegedeeld, in dorre eigengerechtigheid levende, zoo jamerlijk veel gelijkenis toont met de gerusten in Sion en de zekeren op den berg van Samaria. Een ander bezwaar tegen dit boekje is, dat deze professor, die op blz. 5 »streng-orthodox« genoemd wordt, en de zusters, die hier geteekend worden, gelden moeten als typen van rechtzinnigheid. De vertaling is in hooge mate uitnemend en derhalve kan het boekje onder bovengenoemd voorbehoud aanbevolen worden voor meisjes van 15 jaar en ouder en voor volwassenen. Voor jongere kinderen moeten wij de lezing van dit boekje ontraden. Boekbeoordeling in bijblad van "De Christelijke Familiekring : tijdschrift voor zondagsschool en huisgezin", 1912
Käthe Dorn

Zielestrijd , druk 1, 127 blz.
Geïll. omslag en drie plaatjes in zwartdruk. Prijs 60 cent. Een professorsdochter vindt in haar streng orthodox, maar aan geestelijk leven arm, huis geen voldoening voor haar hart. Zonder recht te weten, wat haar ontbreekt, snakt haar ziel naar de rechtvaardiging door 't geloof alleen. Zij verlaat met goedvinden van haar ouders, die haar zielsworsteling niet begrijpen, het ouderlijk huis, om verpleegster te worden. Daarin hoopt ze vrede te vinden. Tevergeefs. De verpleegsterswereld valt haar tegen. Strijdend om vrede in den weg der werken, bezwijkt haar lichaam. Zij wordt doodelijk krank. Door Gods genade hersteld, kan zij toch niet thuis blijven en wordt gezelschapsjuffrouw bij een blinde dame. Deze, een geoefende Christin, wordt haar geestelijke moeder, die haar terecht mag brengen. Als zondares vindt zij den Christus, dien zij, eigengerechtige werken doende, niet vinden kon. Dit boek is verdeeld in 4 hoofdstukken met opschriften, die de verschillende stadiën noemen van den verhaalden zielestrijd. Taal en stijl zijn over 't gemeen goed, ofschoon enkele taalfouten zijn blijven staan: blz. 7. nog voor noch, blz. 104 omringd voor omringt. Nu en dan doet de stijl zien, dat het vertaald werk is. Om maar één voorbeeld te noemen: blz. 88 : "Deze, pas in haar gezichtskring getreden Mina". De plaatjes zijn mooi; een onderschrift ontbreekt echter. De typographische uitvoering is goed. Alleen de omslag is wat ééntonig. De verhaaltrant is zeer natuurlijk. Het leven in het huis van den professor is trouw geteekend. De geleerde vader, die zijn tobbend kind niet begrijpt, omdat hij te weinig vraagt naar hetgeen in 't hart omgaat, is zoo uit de studeerkamer gegrepen. De bewondering van het verpleegsterscostuum is zo juist geschetst. Het sterfbed van het eenvoudige kind, waarvan de prediking van vrije genade uitgaat, is zoo echt beschreven. De omgeving van de oude blinde Christin is aangrijpend liefelijk. In het verhaal is een schoone actie, zonder te vermoeien. Er is slechts een enkele verrassing in, die wat onverwacht u op 't lijf valt: de tweede ontmoeting met de onbekende pleegzuster. Die ontmoeting had gemist kunnen worden. De hoofdgedachte van dit verhaal: Zalig worden "alleen door het geloof" kan nooit te veel gepredikt worden. In onzen tijd is zoo'n prediking vooral zoo hoog noodig. Er is zooveel "prakticisme", inzonderheid in de kringen van vrome jongedames. De goede werken zijn niet alleen gewenscht, maar zelfs onmisbaar, doch ze moeten in het juiste licht en op hun rechte plaats gezet worden. Indien dit verhaal in gereformeerden geest bewerkt, niet vertaald was geworden, zou het onze volle instemming hebben kunnen vinden. Thans echter hebben we ernstige bedenkingen. Meta's vader, die als een braaf man, hopende op Gods genade, zalig denkt te worden, is een "streng orthodox" professor. "De steile rechtzinnigheid" van haar omgeving belemmerde de vrije ontwikkeling van haar geloofsleven. In dat huis genoot ze een "strenge, Christelijke opvoeding." Menschen als deze professor heeten in Nederland niet "steil rechtzinnig": in Duitschland, naar het schijnt, wel. 't Is echter bedenkelijk, deze termen in een Hollandsche vertaling maar zoo over te nemen. Zoo wordt ook nog op blz. 124 gezegd, dat de duivel "in honderderlei starre vormen van dogmatische leerstellingen en valsche godsdienstbegrippen ze een masker van vroomheid voor 't gezicht gehangen had", enz. De algemeene verzoening wordt onverbloemd geleerd: blz. 110 "Het eenige, volkomen geldige offer voor alle menschen is al voor bijna tweeduizend jaar gebracht." Dit boekje bevat veel goeds. Het is noodig, den nadruk te leggen op de persoonlijke wedergeboorte; dit doet het beslist en bij herhaling. Maar ... het is onwaar in zijn voorstelling van de rechtzinnige of orthodoxe leer. Die stelt geen dagboek in de plaats van de schrift; die zegt niet, dat het genoeog is, zoo iemand maar gedoopt is, zoodat hij nu maar te jagen heeft naar een Godewelgevallig leven; die legt wel degelijk ook aan de gedoopten den eisch van de persoonlijke gemeenschap met den Heiland voor. Voorts spreekt het in zeer ongewone taal, die wij "beneden het onderwerp" zouden willen noemen. Wij verstaan het, dat een ziel, die na een lange, bange worsteling tot de blijmoedige overgifte van zichzelf aan den Heere gekomen en alzoo in de ruimte gesteld is, behoefte heeft om te spreken van de barmhartigheid, die haar bewezen is. Maar guitigheid is daarbij, voor ons besef, uitgesloten. De Psalmdichter riep ook degenen, die God vreesden, op, om te hooren, wat de Heere aan zijn ziel gedaan had. Maar grappig was hij niet en zijn hoorders evenmin. Wij prijzen het, dat de noodzakelijkheid der wedergeboorte in dit hoekje met ernst in het licht gesteld en aangedrongen wordt, maar achten, dat er een onzuivere voorstelling gegeven wordt van onze Gereformeerde leer en missen voorts den ernst en de teedere schuchterheid, die in het heilige te allen tijde past. Wij kunnen het dus niet aanbevelen.

Boekbeoordeling van Kinderlectuur voor de Zondagsschool door de Commissiën van "Jachin", 1912