Voor een Pdf-printvriendelijke versie van deze recensie Klik hier
Sluit venster

Boek en druk


Recensietekst


Bron



W.J.D. van Dijck

't Was maar een dagmeisje! , druk 2, 112 blz.
Een goed boekje, wat strekking en inhoud betreft. Van Staveren, die meer verteringen maakt, dan zijn inkomsten toelaten, geraakt daardoor in de gevangenis. Zijn vrouw beijvert zich, door eerlijken arbeid in de behoeften van zich en haar dochtertje te voorzien. Dat dochtertje wordt na den dood harer grootmoeder, kindermeisje. Ten onrechte verdacht van diefstal, wordt zij smadelijk weggejaagd. Haar eerlijkheid wordt echter openbaar en zij ontvangt, na haar herstelling uit een ernstige ziekte en na den terugkeer van haar tot God bekeerden vader, gelegenheid, om voor onderwijzeres te studeeren. De vader, eveneens gesteund en geholpen, vindt een betrekking, die hem en den zijnen brood geeft. De inhoud is, ook voor groote menschen, boeiend. Taal en stijl zijn behoorlijk. Enkele uitdrukkingen onderstreepten wij: erg pleizierig (blz. 17); burgerluidjes (pag. 31) en luidjes (pag. 32); de bewegingen gaf (62); doorgemaakt (voor doorleefd) (blz. 100); met zenuwachtige haast (110); "de daad bij het woord voegend", enz. op blz. 102: deze zin is geheel verkeerd geconstrueerd; erg aanstaan, (110); een welgeslaagd examen, (111). Uitdrukkingen als "hemelsche goedheid" op blz. 71, komen niet te pas. Het verhaal is vloeiend geschreven. De menschen worden over 't algemeen naar 't leven geteekend. Alleen komt het ons voor, dat Mevrouw Doormans te zwart is gekleurd. 't Wil er niet bij ons in, dat zij - nadat ze Mientjes onschuld heeft ontdekt - geen consciƫntiekloppingen heeft gehad en zich niet heeft gehaast, om althans iets te doen, ten einde haar ongelijk te erkennen en haar hardheid een beetje goed te maken. Zij moet o.i. beseft hebben, dat ze onredelijk heeft gehandeld, en kan haar geweten niet hebben tevreden gesteld met de gedachte: "'t Is maar een dienstmeisje". -Ook wenschen wij de vraag niet bevestigend te beantwoorden, of de moeder haar kind mocht zeggen, dat vader op reis was. Dat was toch een leugen, en de aanleiding tot meer leugens. (Denk aan de brieven!) De Schrijver spreekt daarover geen afkeuring uit. Ook schijnt de vrouw 't er niet benauwd onder gehad te hebben. Vreemd in een geloovige, die nabij den Heere leeft. Zulk een portret te teekenen, heeft o.i. een zeer bedenkelijke zijde. Misschien bestaan er zulke valsche vrouwen, maar 't is gevaarlijk, ze in volksboekjes ten tooneele te voeren. Dat kan een socialistischen geest van vijandschap en verzet kweeken tegen hoogere standen. En voor dit toch al zoo hoog oplaaiend vuur brenge een Christelijk auteur liefst geen hout aan. De diepe grondgedachten van Christus' verzoenend lijden, 's menschen onmacht ten goede, de noodzakelijkheid der wedergeboorte, komen niet genoeg uit. De bekeering van Mientjes vader en de goede voornemens, waarmee hij uit de gevangenis komt, zijn oppervlakkig. Toch kan het verhaal de lezers er toe brengen, in alle omstandigheden des levens de toevlucht te nemen tot den Heere, in wiens hand 's menschen leven berust. 't Boekje heeft ongetwijfeld zijn goede zijden. De Schrijver legt den vinger op menige wondeplek van dezen tijd en doet vaak een helderen blik werpen in de toestanden van 't dagelijksche leven. Er is veel uit te leeren. Om deze redenen kunnen wij dit werkje dan ook aanbevelen, al moet ons de betuiging van het hart, dat het o.i. niet gerekend kan worden tot de rijpste pennevruchten van dezen bekwamen auteur. De Uitgever gaf het boekje een sierlijk kleed. De plaatjes zijn goed uitgevoerd en de prijs kan geen bezwaar opleveren.

Boekbeoordeling van Kinderlectuur voor de Zondagsschool door de Commissiƫn van "Jachin", 1907

Open Jachin-boekbeoordelingen.


W.J.D. van Dijck

't Was maar een dagmeisje! , druk 2, 112 blz.
De "schrijver van Selcart," die bij dezen tweeden druk zich onder zijn eigen naam aandient, verhaalt ons van een dagmeisje, dat van diefstal van een kostbaren ring wordt verdacht, omdat haar vader wegens verduistering en valschheid in geschrifte in de gevangenis zit en natuurlijk van de dochter van zoo'n man niets anders kan verwacht worden. De keuze van den titel werd blijkbaar bepaald door de omstandigheid, dat na het wedervinden van den ring, waarmee een klein meisje haar pop had versierd, de vrouw des huizes het niet eens de moeite waard geacht had, de verdachte daarvan in kennis te stellen, laat staan haar verontschuldigingen aan te bieden of eenigszins de geleden smart te vergoeden. Het boekje ademt een echt Christelijken geest. De personen zijn goed geteekend. Het geheel is psychologisch zuiver gedacht. Er is geen emotie of ze is gegrond. Het Christendom komt er niet van buiten af bij, maar het zit in de persoon in en komt op geheel natuurlijke wijze te voorschijn. Ook op taal en stijl hebben wij niets aan te merken. Dat hier en daar wat moeielijke uitdrukkingen voorkomen, achten wij niet af te keuren. Het is niet voor heele kleintjes geschreven. De strekking is duidelijk. Ook het dienstpersoneel van lageren rang mag niet onchristelijk worden behandeld. Voor kinderen van 12 jaar en ouder verdient het boekje volle aanbeveling. Boekbeoordeling in bijblad van "De Christelijke Familiekring : tijdschrift voor zondagsschool en huisgezin", 1907