Voor een Pdf-printvriendelijke versie van deze recensie Klik hier
Sluit venster

Boek en druk


Recensietekst


Bron





Coba, Kastor en Kees, druk 1, 48 blz.
Geïll. gekl. omsl. 1 gekl. plaatje en 4 zwarte plaatjes tusschen den tekst. Prijs 25 ct. Coba Valke vindt een verdwaald hondje. Haar ouders laten het haar behouden en zij geeft het den naam Kastor. Eens wil zij uitwijken voor den ruwen Kees, die Kas kwaad wil doen; zij struikelt en bekomt een ernstige hoofdwonde. Als Kas later Kees aanblaft, slaat deze den hond zóódanig met de zweep, dat hij aan één oog blind wordt. Een jaar later vindt Coba Kees in een armoedige hut ziek liggen, van iedereen verlaten. Op zijn hulpgeroep geeft ze hem water te drinken, en thuisgekomen vertelt ze haar ontmoeting aan haar vader, die Kees bezoekt en door wiens tusschenkomst hij naar een ziekenhuis gebracht wordt. De vermaningen van Coba's vader hebben een gezegende uitwerking op Kees, die niet alleen herstelt van zijn ziekte, maar ook tot bekeering komt en het eerstvolgende Kerstfeest meeviert met de familie Valke. De uitvoering van dit boekje is zeer te loven. Het doel der Schrijfster zal wel zijn, om de kinderen van godsdienstige ouders op te wekken, in de voetstappen van den Heere Jezus te treden en het verlorene te zoeke. Coba moet dienen tot model van kinderen, die in den geest van Jezus handelen, n.l. dat we geroepen zijn tot vergevensgezindheid jegens degenen, die ons kwaad doen. Rom. 12 : 20 wordt door Coba letterlijk in toepassing gebracht. Ook het volgende: "dat doende, zult gij kolen vuurs op zijn hoofd hoopen", wordt bewaarheid in het verhaal. Taal en stijl zijn goed verzorgd. In de onbeschaafde spreektaal van Kees kunnen wij ons echter moeilijk vinden. Evenmin in het gebruik van "Heer" voor "Heere". Overigens is de gansche geschiedenis te mooi, en daardoor te onnatuurlijk. Maar het grootste bezwaar is ons de religieuze inhoud. Er is wel sprake van vernieuwing des levens, maar de Schrijfster maakt niet duidelijk, dat deze de vrucht is van vernieuwing des harten. De gedachte der verzoening ligt wel in de bekeeringsgeschiedenis van Kees besloten, maar te algemeen. Feitelijk gaat het boekje uit van de leer, dat God alle menschen liefheeft, en dat Jezus voor alle menschen heeft voldaan. Het heeft iets Heilslegerachtigs. Van den geest der algemeene verzoening is het boekje dus niet vrij: den nog onbekeerden Kees wordt gezegd: "Hij verzoende ons weder met God", enz. Om de gewichtige strekking, dat de Heere niet alleen door het spreken, maar ook door het handelen naar Gods Woord, den toegang tot het hart wil ontsluiten, leggen wij dit boekje niet ter zijde. Doch onze aanbeveling moet zeer matig zijn.

Boekbeoordeling van Kinderlectuur voor de Zondagsschool door de Commissiën van "Jachin", 1912



Coba, Kastor en Kees, druk 1, 48 blz.
Coba, het dochtertje van mijnheer Valke, vindt op een kouden winterdag een jong hondje bij het tuinhek. Vol medelijden draagt zij het naar huis. Moeder vindt goed, dat de kleine vondeling wordt opgenomen en Kastor betoont die weldaad met echte hondentrouw. In de buurt woont Kees, een dronkaard, een straatventer, die met een koopwaar den boer op gaat. Op dezen heeft Kas het niet begrepen, maar Kees geeft Kas op zekeren dag zoo’n slag, dat het beest een oog verliest. Coba is woedend op Kees. De echt christelijke ouders trachten hun kind te leeren, haar vijanden lief te hebben. Dat dit niet vergeefsch is, blijkt. Na een wandeling langs het hutje van Kees komend, vinden ze dien doodziek en zonder hulp en het is Coba, die hem water geeft om zijn vreeselijken dorst te lesschen. Door bemiddeling Coba's vader wordt de zieke man in het diaconessenhuis opgenomen. De Heere zegent dien arbeid der liefde aan Kees naar lichaam en ziel. Kees herstelt, krijgt een betrekking, leeft als fatsoenlijk man en verrast met Kerstmis zijn kleine weldoenster op een kanarievogeltje met kooi, terwijl hij als gast wordt uitgenoodigd op de Kerstfeestviering in het huis van den heer Valke, waar hij van harte instemt met de regels: Hij doet ons, hoe met schuld beladen, Verzoend voor 't oog des Vaders treên. Wij bevelen dit lieve boekje van harte aan voor kinderen van 10 tot 12 jaar en gelooven, dat ook hier voor ouders wat te lezen valt. Boekbeoordeling in bijblad van "De Christelijke Familiekring : tijdschrift voor zondagsschool en huisgezin", 1912