|
|
|
Fré van Hoorn Vlammetjes lief en leed, druk 1, 45 blz. | 6 t.d.t., G.K.C.B., M. 8-9 j. Vlammetje is een kind uit een niet-christelijk gezin, maar heeft als heel jong kind op zondagsschool gegaan. Nu ze ongeveer 10 jaar is, is van dat onderwijs nog iets blijven hangen. Bidden b.v. als er zwarigheid is. Het meisje krijgt een hondje, waar ze gek op is. Zij is boos op de Here Jezus als haar gebed om beterschap niet wordt verhoord. Het hondje gaat dood. Later krijgt ze een plaatsvervangster die wegloopt uit een asiel tijdens de vakantie. Als het beest teruggevonden is, is ze tevreden met de verhoring. 't Bidden van Vlammetje, waaruit blijkt, dat alles anders kan gaan dan wij wel willen, ondanks de gebeden. Er staan moeilijke woorden in, zo b.v. blz. 18: gepensioneerd adjudant; blz. 19: meisjes-assistenten; blz. 37: in zijn element; blz. 45: mild-toegeeflijke bui. We kunnen dit keurig-uitgevoerde boekje helaas slechts matig aanbevelen. | ![]() Boekbeoordeling van Kinderlectuur voor de Zondagsschool door de Commissiën van "Jachin", 1963 |
Fré van Hoorn Vlammetjes lief en leed, druk 2, 45 blz. | Vlammetjes lief en leed door Fré van Hoorn. Vlammetje, een roodharig meisje, krijgt een hondje, dat echter wegkwijnt, wat heel wat verdriet meebrengt. Een robbedoezerige straathond zorgt voor de vrolijke noot. Lakoniek verteld, maar telkens weer veel te ouwelijk. Lelijke omslag.(geb. f 1,15) | ![]() IDIL-gids voor de jeugdlectuur, 1966-67 Open IDIL-Gids. |