Voor een Pdf-printvriendelijke versie van deze recensie Klik hier
Sluit venster

Boek en druk


Recensietekst


Bron



Carla

De tweelingen, druk 2, 84 blz.
Bijzonderheden: oorspr. verhaal voer meisjes van 7-9 jaar, prijs: ingen. f 0.85, gec. f 0.95. Bij bestellingen vanaf f 10.— halve prijs.
Korte inhoud: Een aardig klein-kinderverhaaltje. Zelfs een paar keer een denken aan v. d. Hulst: Tik, tik gaat het in de kamer. Dat doen de breipennen. Tik, tik gaat het buiten. Dat doet de regen tegen de ramen; of: Mijn wandelstok.... wacht maar.... ik zal ze helpen.... dieven in mijn huis, diéven.... Bij de dievenzoekerij door grootvader en grootmoeder dacht ik even aan „de booze koster". Hoewel, de dreigende hoofdonderwijzersmevrouw met den haarborstel als wapen en d'r flauw praten doet al te kinderachtig aan! De tweelingen, meisjes, gaan bij de grootouders logeeren. Ze passen eerst niet te best op: komen te vroeg uit 't bed (dieven!), blijven op straat achter een kermiswagen dwalen en regenen nat. Vrouw Stok (het bultje) beschermt ze dan onder haar regenmantel, waarvoor ze later met een paar pantoffels op haar verjaardag beloond wordt. Aan Tootje, het dochtertje van den dokter, die erg haar zieke moeder mist, leeren ze de eerste beginselen van het bidden. Beoordeellng: De christelijke draad is sober gehouden. Omtrent de plaatjes: rare gezichten. Aanbevolen. A. Kranendonk.

Open Gids


J.Lens Bibliotheekgids voor Chr. School- en Jeugdbibliotheken, 1930
Carla

De tweelingen, druk 3, 62 blz.
G.K.C.B. 9 t.d.t. Een aardig verhaal van en voor jonge kinderen. Til en Wil, twee meisjes, tweelingen, van 7 jaar, gaan uit logeeren bij Opa. Gezellig en echt kinderlijk wordt daarvan allerlei verteld. Er is strijd met kleine gebreken, zonden uit het klein-kinderleven. Ze ontmoeten een arme, maar behulpzame vrouw, vrouw Stok. Later blijkt ze ook een vriendelijke en lieve hulp te willen zijn voor de tweelingetjes, die achter een kermiswagen zijn gegaan en door een onweersbui zijn overvallen. Ten slotte zijn de tweelingen nog tot zegen voor een doktersdochtertje, Tootje, dat „nog nooit gebeden" heeft. Het geheel is lief verteld, echt kinderlijk, niet vervelend, bijna nergens preekerig; onderhoudend; in een goeden stijl. Aanbevolen.

Boekbeoordeling van Kinderlectuur voor de Zondagsschool door de Commissiën van "Jachin", 1941