Voor een Pdf-printvriendelijke versie van deze recensie Klik hier
Sluit venster

Boek en druk


Recensietekst


Bron



P.A. Sparenburg Jr.

Kleine oorzaken - groote gevolgen, druk 1, 40 blz.
De onwaarschijnlijke geschiedenis van een meisje, dat voor haar vader een aanbestedingsbrief moest bezorgen, 's morgens voor 9 uur en dat vergeet. Nog pas was zij over een achteloosheid beknord, en de vader is, natuurlijk, een man van zaken! Het kind zegt er eerst niets van, en liegt er later om; de schrijver zegt dan: »Job zegt van de arglistigen: God maaktte niet de gedachten der arglistigen en Hij vangt de wijzen in hun arglistigheid.«! 't Is stijf en houterig geschreven, met als tegengift pathetische en zeer deftige volzinnen er tusschen door: »Het was een rustig oogenblikje(!) in de klas, toen de kinderen, op verzoek van hun onderwijzer(!) hun schriften te voorschijn hadden gehaald ...« (blz. 3). »Zeer juist gezegd,« klonk des onderwijzers antwoord (blz. 3). »Haar splinternieuwe hoed lag aan flarden gescheurd over den grond verspreid« (blz. 8). »De stukken stroo en lint, die eens haar hoedje hadden gevormd« (blz. 9). (Het omslagplaatje past niet bij deze bladzij). »Dat heuglijk feit (haar verjaardag) zou feestelijk worden herdacht.« blz. 13, op blz. 14 heet dit : »de blijde gebeurtenis, die de volgende week zou plaats hebben.« »Hij ziet u en Hij weet uw gansche gedachten« (blz. 17). Op blz. 21 met pathos: »Nog eens, arme Anna! vlei u toch niet met een valsche hoop! Indien gij« ... enz. 't Is gewenscht, de dingen beter te overdenken, en ze regelmatiger (zie blz. 3) en eenvoudiger op te schrijven. Ook het tusschenverhaaltje van den losgeraakten spijker is ongelukkig verteld. Het boekje is om den slordigen stijl slechts matig aan te bevelen. Niet ongeschikt voor meisjes van 8-10 jaar. Boekbeoordeling in bijblad van "De Christelijke Familiekring : tijdschrift voor zondagsschool en huisgezin", 1911
P.A. Sparenburg Jr.

Kleine oorzaken - groote gevolgen, druk 1, 40 blz.
Geïll. Omslag, 1 gekl. plaatje, 3 penteekeningen tusschen den tekst. 40 bldz., Prijs 20 cents. Een onderwijzer laat op school bij de schrijfles naschrijven: "Kleine oorzaken - groote gevolgen." Hij vertelt, om de beteekenis der spreuk te doen verstaan, een verhaaltje van een ruiter, die zijn paard verloor, omdat een spijker in een der hoefijzers ontbrak. Anna Bergstra,, een zorgeloos meisje, heeft bijzondere reden de les ter harte te nemen. Door haar onachtzaamheid vernielt de hond haar nieuwen hoed. Door te vergeten een brief op tijd te bezorgen, doet zij haar vader groote schade lijden. Want de brief bevatte een inschrijvingsbiljet voor een groot bouwwerk, dat haar vader nu ontgaat. Hij ondervraagt haar, of ze haar boodschap goed gedaan heeft. Ze zegt, voor schooltijd den brief bezorgd te hebben. Maar de leugen komt uit. Vader is boos. Anna weldra jarig - geen feest - geen cadeau's. Eindelijk vergeeft vader haar de schuld. Het boekje vormt een slecht geheel. Feitelijk zijn het drie verhalen, alle draaiend om den titel als spil, en waarin Anna Bergstra, geheel of zijdelings betrokken is. Zooals in het eerste der drie hoofdstukken. Liever hadden we het meer aaneengeschakeld gezien. De stijl is houterig. Op bl. 3 laat de Schrijver een kind het volgende onna-tuurlijke antwoord geven: "dat we op de minste kleinigheid of verkeerdheid acht moeten slaan, daar somtijds groote onheilen daardoor kunnen voorkomen worden." Zoo spreekt een kind niet, zelfs is het niet de taal der volwassenen in het dagelijksch leven. Wel viermalen vonden we de uitdrukking: "klonk het uit .... 's mond" (bldz. 3, 9, 12, 32.) Ook dat maakt de stijl niet aangenamer. Voorts vonden we woorden als "drogredenen" (bldz. 20) en een oratorische wending: "Nog eens, arme Anna!" die in een kinderboekje misplaatst zijn. Aangaande den inhoud hebben we ook enkele opmerkingen. Dat kleine oorzaken groote gevolgen hebben, is waar. Maar vindt de Schrijver dat een kleine oorzaak, als een kind ongehoorzaanm is? En dan zóó ongehoorzaam? Bovendien: vader laat een inschrijvingsbiijet op een karwei van 20 duizend gulden bezorgen door een kind, dat doorloopend vergeetachtig is. We zouden zeggen, heel achteloos van Vader. Doch wij versmaden geen appel om eenige zwarte vlekjes; al moesten we hier op bezwaren wijzen, we vonden ook veel goeds. De strekking is uitnemend. Het is wel waar, dat in hoofdst. I (het verhaal van den onderwijzer) Gods naam niet wordt genoemd. Ook de tweede geschiedenis staat niet onder den invloed der Schrift. Doch in het derde en grootste deel (bl. 11-40) komt zeer wel uit, dat onachtzaamheid en vooral liegen een kwaad is, waardoor we God vertoornen en waarvoor we vergeving hebben te vragen, en treedt duidelijk in het licht, dat nieuwigheid des levens niet in eigen kracht, maar alleen in de kracht Gods is te bereiken. De Schrijver erkent: "Door zijn lijden en sterven aan het kruishout heeft de Heere Jezus de schuld van zijn volk uitgewischt en door zijn dierbaar bloed, op Golgotha vergoten, is de breuk tussehen God en de menschen hersteld geworden en mogen we weder tot Hem gaan door Jezus Christus onzen Heere" Dit is gezonde taal. Strekking en inhoud zijn dus uitstekend; maar litterarisch is het verhaal zwak in elkaar gezet. Onze kinderen zullen er uit leeren, juist wat de Schrijver bedoelt hen onder 't oog te brengen: "kleine oorzaken, nietigheden zeggen we in het dagelijksch leven, hebben groote gevolgen. Wees dus op uw hoede!" De uitvoering is keurig; het plaatje in kleurendruk netjes, de letter flink en groot. Vandaar dat we niettegenstaande de genoemde bezwaren, het boekje aanbevelen.

Boekbeoordeling van Kinderlectuur voor de Zondagsschool door de Commissiën van "Jachin", 1911